De terugdraaiende teller is er niet geleidelijk uitgefaseerd — er lag een harde datum. Die is intussen gepasseerd, en dat heeft gevolgen voor wie nog wachtte.
Het kantelpunt van 1 april 2026
Prosumenten met panelen van voor 2021 moesten uiterlijk eind 2025 een digitale meter hebben. Wie eerst verbouwingswerken nodig had, kreeg uitstel tot 31 maart 2026.
Vanaf 1 april 2026 wordt een negatief saldo dat met een terugdraaiende teller werd opgebouwd niet langer gecompenseerd of overgedragen bij de plaatsing van de digitale meter. Wie zijn digitale meter vóór die datum kreeg, behield die compensatie wel.
Ook de retroactieve investeringspremie voor panelen uit 2014 tot eind 2020 is afgelopen: aanvragen kon niet meer na 31 december 2025.
Hoe ver staat de uitrol
Ongeveer 80 procent van de Vlaamse woningen, appartementen en kleine bedrijven heeft intussen een digitale meter — zo'n 2,95 miljoen elektriciteitsmeters. Bij eigenaars van zonnepanelen ligt dat op 89 procent.
Begin 2026 startte Fluvius de laatste fase: de resterende circa 1,25 miljoen meters, gespreid tot midden 2029. Die spreiding is geen traagheid — veel van de overblijvende aansluitingen vragen eerst werken aan de installatie zelf voor er een digitale meter op kan.
Loopt u tegen zo'n situatie aan, dan is dat precies het moment om de installatie na te kijken. Een verdeelbord dat niet klaar is voor de meterwissel, is meestal ook op andere punten verouderd.
Wat verandert er aan uw factuur
Met een digitale meter betaalt u geen prosumententarief meer. Uw netkosten vallen uiteen in een verbruiksdeel en het capaciteitstarief, dat afrekent op uw hoogste kwartierpiek.
Voor wie zonnepanelen heeft, betekent dat: eigen verbruik op het moment van opwekking wordt belangrijker dan ooit. Wat u direct zelf gebruikt, passeert de meter niet.